De ontdekking van Suriname

-door Nico Eigenhuis, naar aanleiding van een bezoek aan Suriname in maart 2020

Vooraf:
Van de feitelijke ontdekking van Suriname door de inheemsen is weinig documentatie te vinden. Er zouden na hen nog vele ontdekkingsreizigers het land betreden.

De Spaanse conquistadores
De eerste ontdekkingsreiziger die door de Surinaamse inheemsen werd waargenomen was in 1499 veroveraar Alonso de Ojeda (1465-1615), die bij zijn zoektocht naar El Dorado in gezelschap was van Juan de la Cosa (1450-1510). De laatste zou de America’s vastleggen in de beroemde wereldkaart Mappa Mundi. Het denken van de Spanjaarden werd beïnvloed door Bartholome de las Casas (1484-1566) die op 15-jarige leeftijd een indiaan kado kreeg van zijn vader, en hierna tot de conclusie kwam dat deze een ziel had. Het zou er voor zorgen dat het als slaaf inzetten van de inheemsen ter discussie stond. De eerste gouverneur van Suriname was de Spanjaard Dominique de Vera Llargoyen (1550-1629) die in 1593 bezit nam van de Guyana’s. Er is in Suriname nog weinig dat herinneringen oproept aan de Spaanse tijd. De kreek die vernoemd werd naar de Spaanse ontdekkingsreiziger Orellana wordt er inmiddels aangeduid als Hoer Helena kreek.

Het Britse Willoughbyland
De man die het meeste waarde hechtte aan het verhaal van El hombre Dorado, de man die baadde in het goudmeer Parima, was ongetwijfeld Sir Walter Raleigh, de man naar wie de Raleigh-vallen zijn vernoemd. Zijn zoektocht zou hem de ondergang brengen, maar bracht wel Britse pioniers naar Suriname. Robert Hartcourt (1574-1631) ontdekte er het Specklewood, of Letterhout, in het gebied dat destijds Specklewoodcountry werd genoemd. Het werd veel verhandeld. Hierna kwam de aandacht te liggen op het witte goud in de vorm van suiker. De suikerplantages zouden vorm krijgen met de inzet van tot slaaf gemaakten uit Afrika. De Britten vestigden zich medio 17e eeuw onder aanvoering van Sir Francis Willoughby of Parham rond de naar hem vernoemde Parham Hill, bij Berg en Dal. Suriname zelf droeg in die tijd ook zijn naam, Willoughbyland.

Het Duitse Merian Kondre
Nadat in 1667 de Zeeuwen Suriname hadden veroverd toonde Frederik Casimir van Hanau (1623-1685) interesse in het gebied. Na het afsluiting van een heus contract met de Zeeuwen in 1669 bleken er echter weinig kolonisten bereid om zich vanuit Hanau in Suriname te vestigen. In 1699 kwam de in Frankfurt am Main geboren graveur Maria Sibylla Merian naar Suriname. Ze zou er ontdekking na ontdekking doen die in haar prachtige boek over de ”Flora en Fauna Surinamensis” zijn vastgelegd. Ze geldt als de eerste die een spin vastlegde die een vogel ving en opat, de vogelspin. Van een van de slavinnen vernam ze dat er een ”medicijn” te vinden was dat een ongewenste zwangerschap door toedoen van een slavenmeester kon afbreken. Maria Sibylla verliet in 1701 het land, ziek van de praktijken van de slavernij en getroffen door malaria.

De Fransen Creveaux en Coudreau
Jules Nicolas Creveaux (1847-1882) reisde als eerste Europeaan in 1877 naar het Toemak Hoemak gebied, de plaats waar ooit het legendarische goudmeer Parima zich bevond. Nadien zou zijn Bonni-begeleider Apatoe met hem afreizen naar Parijs. In 1899 reisde ontdekkings-reiziger Henri Anatole Coudreau met zijn vrouw Octavie tot diep in het Amazone-gebied, waar hij aan malaria kwam te overlijden. Zijn weduwe Octavie zou na zijn overlijden nog zeven jaar expedities in het gebied ondernemen om het werk van haar man tot voltooiing te brengen.

De KNAG expedities
Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap organiseerde begin 20ste eeuw een aantal expedities. Die in Suriname beoogden o.a. de grenzen van het land vast te stellen. Bij een aantal van deze expedities was cartograaf de Goeje (1879-1955) betrokken. Hij verzamelde hierbij inheemse voorwerpen die tot nu toe bewaard zijn gebleven. Bij de Corantijn-expeditie kwam leider Eilerts de Haan (1865-1910) na een kort ziekbed te overlijden. Zijn missie zou worden afgemaakt door CC Kayser (1876-1939). Voor marron-kapitein Jankoesoe volgde een berisping door de gouverneur, omdat hij had geweigerd na het overlijden van De Haan zijn weg te vervolgen. De KNAG-expedities leverden geen onomstreden grenzen op. Nog altijd is er sprake van betwist gebied aan zowel de Franse als de Guyanese kant. De aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen is hiervan vast de reden.

De luchtvaartpioniers
De in Paramaribo werkzame Amerikaan James “Jimmy” Lawton (1880-1959) wilde in de jaren ‘20 Suriname als tussenstop introduceren voor de vluchten tussen Noord- en Zuid-Amerika, en werkte hiervoor samen met Biggers van PanAm. Hij trok zich in 1927 de vermissing van luchtvaartpionier Paul Redfern boven Suriname persoonlijk aan, en zou nog 10 jaar lang zoektochten organiseren. Suriname werd een hotspot voor de luchtvaart, in 1929 bracht Charles Lindbergh er een bezoek en in 1931 de DO-X, ’s werelds grootste watervliegtuig. In 1937 bezocht Amelia Earhart het land, een maand voordat ze met haar vliegtuig vermist zou raken. In 1934 was er een bezoek van Laura Ingalis, die tijdens de oorlog in Amerika propaganda zou maken voor de Nazis en hiervoor in 1942 werd veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf.

De Stahel expedities
Landbouwproefstation Cultuurtuin werd in Suriname neergezet naar het voorbeeld van Buitenzorg in Nederlands-Indië. In 1914 trad de Zwitser Gerold Stahel aan als directeur. Hij zag al snel het belang in van een goede propaganda en organiseerde in 1917 een fototentoonstelling over de landbouw in Suriname. Hiernaast organiseerde hij verschillende expedities naar de binnenlanden van Suriname. Zijn bekendste expeditie was in 1926 de Wilhelmina expeditie waarbij ook pater Ahlbrinck aanwezig was als kenner van de inheemsen. De foto’s van de expeditie kwamen op naam van Augusta Curiel. Stahel was gewend om in multidisciplinaire teams te werken en kwam tot verschillende publicaties. In 1938 kwam ook Dick Geijskes met hem te werken, die later in Suriname het stokje van hem zou overnemen

Wosuna
Na de oorlog kwam het in 1954 tot het Statuut dat voorzag in een onafhankelijker positie van Suriname. Er kwam voor de culturele samenwerking een instituut genaamd Sticusa en op wetenschappelijk gebied Wosuna. Directeur van Wosuna werd Dick Geyskes, die eerder met Stahel had samengewerkt. Een van de grootste werken was operation Grasshopper, oftewel Sprinkhaan. In dit verband werden onder leiding van de Surinaamse ingenieur Frank Essed 7 airstrips aangelegd voor de nadere verkenning van de binnenlanden. Het werk was bepaald niet zonder gevaar. Bij Palumeu kwamen de Poolse piloot Wicenty/Vincent Fajks en Ronald Kappel bij een crash om het leven.

De Surinamers
De grootste ontdekking van ruim 300 jaar volksplanting in Suriname is het nieuwe volk dat er is ontstaan, de Surinamers. Het leverde de nodige ontdekkers op, zoals Quassie van het Kwasibita, Matzeliger van de schoenzwikmachine en Flu die de ziekte Framboesia de wereld uit hielp. Hiernaast strijdsters voor zieken en zwakken, zoals Margaret Ann Douglas, Grace Schneiders-Howard en Sophie Redmond en vakbondsmannen als Huiswoud, Doedel en De Kom. De strijd voor de onafhankelijkheid kreeg er een start door Bos Verschuur, de man van Baas in eigen huis en Papa Koenders met zijn strijd voor de Surinaamse cultuur en taal, het Sranan.

Image may contain: sky, cloud, tree and outdoor

Image may contain: sky, cloud, house, tree, grass and outdoor

Image may contain: cloud, sky, bridge and outdoor

Image may contain: sky, cloud, bird, plant, ocean and outdoor

Image may contain: cloud, sky, twilight, outdoor, water and nature

Image may contain: 2 people, tree, sky and outdoor

Image may contain: house, sky and outdoor