Museum het Mauritshuis laat onderzoek doen naar de rol van Johan Maurits van Nassau-Siegen in de slavenhandel in Nederlands-Brazilië.

Artikel uit het NRC

Door onze medewerker Sandra Smets, Den haag.

Op nogal onverwachte wijze haalde het Mauritshuis in januari 2018 het landelijk nieuws, zelfs de premier sprak zich erover uit: hoe kon het gebeuren dat een buste van Johan Maurits uit het museum was verwijderd?

Het bleek een beeldenstorm in een glas water, want het betrof slechts een kunststof kopie in de foyer. Bovendien had het museum een grotere presentatie ingericht over zijn naamgever, waarin inderdaad meespeelde dat het zijn rol in de slavernijgeschiedenis kritischer wilde bekijken. Nader onderzoek volgde en vrijdag opent een zaal met een nieuwe permanente expositie over Maurits, op basis van de onderzoeksresultaten. Met als opvallendste conclusie: Maurits deed aan illegale slavenhandel.

Dus allereerst: wie was Johan Maurits (1604-1679), graaf van Nassau-Siegen? Hij is vooral bekend als naamgever van het stadspaleis dat hij liet bouwen aan het Haagse Plein, zo dicht mogelijk bij de politieke macht. In 1822 werd het een museum. In de nieuw ingerichte zaal hangt zijn grote portretschilderij, dat het prestige uitstraalt dat paste bij zijn functie.

Brazilië

Maurits was van 1636 tot 1644 namens de West-Indische Compagnie gouverneur-generaal van de kolonie Nederlands-Brazilië. In zijn entourage nam hij schilders mee zoals Frans Post, die idyllische landschappen schilderde. Ook deze zijn op zaal te zien, evenals portretten van tijdgenoten zoals Maria van Oranje en Maria Stuart, beiden met zwarte bedienden als accessoire, om hun lelieblanke huid te accentueren. Al deze stukken hingen al in het museum, maar zijn nu bijeengebracht met tekstbordjes die vertellen wat die schilderijen juist niet laten zien, namelijk de achterliggende koloniale geschiedenis.

Zo zien de landschapjes van Post er heel harmonieus uit, met enkele kolonialen tussen dansende slaafgemaakten, de gruwelen van slavernij buiten beeld latend. Onder Maurits’ gezag zijn minstens 24.000 mensen uit Afrika naar Brazilië verscheept.

Twee onderzoekers, Carolina Monteiro en Erik Odegard, zijn voor het museum onderzoek gaan doen naar de relatie van Maurits met de trans-Atlantische slavenhandel. Hun bevindingen zijn verwerkt in de zaalteksten en in een groter artikel . Op zich was Maurits’ ambtelijke relatie met slavernij bekend: de kolonie had winst als doel, via suikerriet, waarvan de teelt draaide op slavernij. Maar Monteiro en Odegard ontdekten in meerdere documenten dat hij ook zichzelf privé verrijkte met de handel en smokkel van slaven. Slavernij was volgens de WIC niet illegaal, particuliere slavenhandel wel – al gebeurde het veel.

Zo had een schip uit Angola 55 meer mensen aan boord dan de laadbrieven vermeldden. Zij werden direct geleverd aan Maurits’ paleis Vrijburg in Recife, waar de aparte laadbrieven vernietigd werden. Er zijn meer voorbeelden. Maurits kreeg een diplomatieke gift van de koning van Congo, bestaand uit tweehonderd mensen, die hij voor veel geld verkocht. Daarmee bekostigde Maurits zijn dure hofhouding. Ook heeft hij met zijn Braziliaanse inkomsten het Mauritshuis laten bouwen – waarvan de bijnaam suikerpaleis nu ineens anders klinkt.

Al die verhalen, ook over zijn rol als mecenas, wil het museum samenbrengen. Met deze presentatie is het verhaal nog niet klaar. Het museum laat vier onderzoekers verder graven naar dit hoofdstuk van het Nederlandse koloniale verleden.‘Johan Maurits en het Mauritshuis’ . Vanaf 25/9. Inl: mauritshuis.nl , Den Haag